Data science

Tilburg vervult voorbeeldfunctie voor veel gemeenten in Nederland

7 September 2022 - 4 minuten
Artikel door Insights Redactie

Blindvaren op data kan een gevaar opleveren. Dat bewijst de inmiddels slepende toeslagenaffaire. In de gemeente Tilburg is men zich daar terdege van bewust, vertelt Inge Bastings, projectleider bij de afdeling PPI (Project, Programma en Interimmanagement). Ze legt uit waarom in Tilburg zo’n precaire kwestie wordt voorkomen: “Daar waar de Belastingdienst geautomatiseerd besluiten heeft genomen, zijn wij nog altijd fysiek in contact met onze inwoners. Er ontstaat een vermoeden, omdat je op basis van data constateert dat ergens iets niet pluis is. Dan pas kun je ter plekke constateren of we gelijk hebben of ernaast zitten. Overigens is dat zonder data niet te doen. Je kunt nu eenmaal niet 30.000 verhuizingen handmatig toetsen. Het kan natuurlijk wel, maar dan heb je veel meer personeel nodig.”

‘Je haalt met data de subjectiviteit weg’

Louche persoon of oud omaatje

Bastings geeft een voorbeeld: “Als een eigenaar van een woning die hij of zij verhuurt zich laat inschrijven op dat adres, is dat bijzonder. Dat betekent dat iemand in zijn eigen studentenhuis woont, bijvoorbeeld. Dan vinden we dat opmerkelijk en nemen we poolshoogte.” Romy Jansen (adviseur dienstverlening) vult aan: “Werken zonder data betekent dat de baliemedewerker van Burgerzaken moet beoordelen op iemand zijn bruine, groene of blauwe ogen of hij of zij de juiste gegevens aanlevert. Hoe steekt dit in elkaar? En je benadert iemand die er louche uitziet anders dan een oud omaatje. Door met data te werken benader je iedereen op dezelfde manier. En medewerkers zouden aan de balie ook alle bronnen moeten raadplegen, terwijl er niet altijd tijd voor is. Je haalt dus de subjectiviteit weg en je krijgt met data betere toegang tot alle bronnen.”

Roadshows

Het project in Tilburg heeft veel belangstelling in de rest van Nederland, vertelt Bastings: “We hebben roadshows gehouden bij diverse gemeenten in Nederland. Iedereen is heel erg enthousiast, maar als het geïmplementeerd moet worden is dat een ander verhaal. Dan wordt het in een keer heel lastig en heel complex, maar Zaanstad, Amstelveen, Breda en Delfzijl hebben het ook ingevoerd. Met die gemeenten hebben we ook onze businesscase uitgewisseld. Het mooie van deze manier van werken met data is dat je meer zichtbaar bent. Ook op straat, want als er ergens overlast is dan wordt er meteen gehandhaafd. Je laat als gemeente zien dat je misstanden aanpakt.”

Draagvlak
Maar wat maakt het voor sommige gemeenten dan zo moeilijk om het datagericht werken aan te pakken? Bastings: “In Tilburg waren drie afdelingen betrokken, maar dat kan in elke gemeente anders geregeld zijn. Je kunt het niet bij een afdeling of persoon neerleggen. Dus die samenwerking tussen afdelingen moet echt een basis zijn. Er is ook draagvlak nodig van de kant van de bestuurders en managers. Samen met de leverancier zijn we vijf keer bij dezelfde gemeente geweest om te vertellen over de voordelen van datagericht werken, maar één manager twijfelde en het ging gewoon niet door. Jammer, want het biedt zoveel inzichten en mogelijkheden. Niet alleen in fraude en het voorkomen ervan, maar ook omdat je de problematiek die er speelt in je stad beter kunt duiden, zoals de wijkregisseurs die zorgen voor verbinding tussen de wijk en gemeente. Die beschikken met onze data over veel meer relevante informatie.”

Jansen: “Samenwerking is zo belangrijk. We kunnen elkaar ook intern veel beter vinden. En je krijgt ook steeds meer oog voor wat je met data kunt doen. Omdat we gezien hebben dat het werkt, hebben we het op andere gebieden ook ingezet. En dat leidt tot kwaliteitsverbetering van de BRP en andere bronnen.”

Menselijke component

Bastings: “Je deelt het datagedreven werken ook met de afdelingshoofden, wat ook weer tot nieuwe informatie kan leiden. We hadden een overleg waar ook het hoofd van het Brabants Afval Team (BAT) bij zat. Deze afdeling kan opheldering geven als het gaat om huizen die leeg staan en waar wel kliko’s worden aangeboden. Dan kun je onderzoeken. In Tilburg staat de menselijke kant voorop, dat is duidelijk. En dat heeft er ook mee te maken hoe de gemeente er voor haar burgers wil zijn. Hulpvaardig, maar ook handhaven waar nodig. En omdat de menselijke component er steeds wordt bijgehaald levert dat nog meer data op.”

Heeft het systeem in Tilburg ertoe geleid dat mensen zich in andere plaatsen in de regio hebben ingeschreven, omdat Tilburg de zaakjes goed op orde heeft? Bastings: “Het zou mooi zijn als andere gemeenten ook mee zouden doen, want dan is het effect nog groter.” Jansen: “Die kleinere gemeenten gaven aan dat ze hun pappenheimers wel kenden. Maar een waterbedeffect is er niet geweest.”

Meedraaien in pilots

Tilburg wordt als ‘data-voorloper’ regelmatig vanuit de rijksoverheid gevraagd om mee te draaien in pilots. Om te kijken wat de mogelijkheden kunnen zijn van projecten waarbij data science een belangrijke rol speelt. Dat leidt niet altijd tot het resultaat dat een pilot wordt omgezet in nieuw beleid. Jansen: “Je komt soms ook tot de conclusie dat iets niet werkt of dat het in theorie misschien zinvol lijkt, maar dat de praktijk weerbarstiger is. Daar moet je dan eerlijk over zijn. Je stopt ermee of kijkt of je het op een andere manier kunt aanpakken. ”